Gezondheid uitslagen online bij de Raad van beheer;
Men kan zelf heel makkelijk de officiële gezondheid onderzoeken controleren op de site van de Raad van Beheer van de stamboom-honden.
ECVO oogonderzoeken;
Bij een oogonderzoek is het belangrijk dat je bij de Vizsla ook het gonioscopy (8) onderzoek laat uitvoeren. Bij de Cocker wordt gonioscopy niet gedaan. Als je een oogonderzoek inclusief gonioscopy laat doen, zijn een aantal zaken erfelijk die ze direct bij een eerste onderzoek kunnen zien of deze aanwezig zijn of niet. Een aantal andere zaken moeten ieder jaar opnieuw worden onderzocht om te kunnen zeggen dat je hond echt oogafwijkingen vrij is. Mensen hebben het vaak over PRA maar dat is een heel klein onderdeel van het onderzoek. De volgende dingen worden bekeken;
Resultaten voor de als erfelijk beschouwde oogziekten; (deze hoeft men in principe maar eenmalig te laten onderzoeken)
1; Membrana Pupillaris Persistens (MPP), (de foetale pupillaire membraan, die voor de geboorte het oog bedekt, is niet volledig geresorbeerd)
2; Persisterende Hyperpl. Tunica Vasculosa Lentis / Primair Vetreum (PHTVL/PHVP), (embryonale ontwikkelingsstoornis in het oog)
3; Cataract (congenitaal), (het troebel zijn van de lens)
4; Retina Dysplasie (RD), (een abnormale ontwikkeling van het netvlies)
5; Hypoplasie-/ Micropapilla
6; Collie Eye Anomaly (CEA)
7; anders...
8; L. pectinatum abn. (only after gonioscopy), (hierbij bekijkt men de druk van de oogbol en de aanleg van de hoek waar de afvoer van het vocht plaats vindt, Glaucoom)
Resultaten geldig voor 12 maanden;
11; Entropion / Trichiassis, (omstulping van de oogleden naar binnen)
12; Ectropion / Macroblepharon, (omstulping van de oogleden naar buiten)
13; Distichiasis / Ectopische cilie, (groei van extra wimperhaartjes aan de binnenkant van de oogleden )
14; Cornea dystrophie, (aandoening van één of meerdere lagen van de hoorvlies)
15; Cataract (niet-congenitaal), (het troebel worden van de ooglens)
16; lensluxatie (primair), (verplaatsing van de lens)
17; Retina degeneratie (PRA), (het netvlies wordt steeds dunner)
18; anders ..
Heupdysplasie (HD)
Een gewrichtsaandoening waarbij de heupkom de heupkop niet goed omsluit, wat pijn en problemen met bewegen veroorzaakt. Het komt vooral voor bij grotere honden en wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische aanleg en invloeden tijdens de groei, zoals verkeerde voeding en overmatige beweging. Symptomen zijn kreupelheid, moeite met opstaan en springen.Vaak is het heupgewricht in het eerste levensjaar van de hond niet goed ontwikkeld.
Het komt zowel bij jonge als bij oudere honden voor. HD-A en HD-B zijn goede heupen, HD-C wordt al twijfelachtig tot slecht(er) en hoger (D of E) is zeer slecht.
Patella luxatie
Is een losse knieschijf, is een aandoening waarbij de knieschijf uit zijn normale positie in de kraakbeengroef van het bovenbeen schiet. Dit probleem kan leiden tot pijn en mobiliteitsproblemen. De knieschijf speelt een belangrijke rol bij de kniestrekking, en als deze verschuift, kan je hond moeite hebben met lopen of zelfs mank gaan lopen.
De symptomen variëren, van af en toe huppelen op drie poten tot een aanhoudend afwijkend looppatroon. De behandeling hangt af van de ernst (gradatie) en kan bestaan uit rust, fysiotherapie, of een operatie om de knieschijf weer op de juiste plek te krijgen en te stabiliseren.
Er zijn vier gradaties van patella luxatie:
EXFOLIATIVE CUTANEOUS LUPUS ERYTHEMATOSUS, ECLE
Algemene informatie
Exfoliative Cutaneous Lupus Erythematosus (ECLE) is een ernstige immuunstoornis die de huid aantast en een beschadigde huid, korsten en haaruitval veroorzaakt. De ziekte wordt veroorzaakt door een recessieve mutatie in het gen UNC93B1 en wordt aangetroffen bij de Duitse Kortharige Staande Hond, Vizsla en aanverwante jachthonden.
Klinische eigenschappen
Aangedane honden presenteren zich tussen de leeftijd van 6 maanden en 3 jaar met de vorming van huidschilfers, voornamelijk op het gezicht, de oren en de rug. Op de huid kunnen vlekkerige, rode laesies en korsten ontstaan, evenals haarverlies op de aangetaste gebieden. In latere stadia kunnen sommige aangedane honden ook ernstige gewrichtspijn ervaren.
CORTICALE CEREBELLAIRE ABIOTROFIE (NCCD) - Vizsla
Algemene informatie
Cerebellaire Corticale Degeneratie (CCD) is een neurodegeneratief ziekteproces dat veel hondenrassen treft. De ziekte tast een specifiek deel van de hersenen aan dat bekend staat als het cerebellum (kleine hersenen). Bij cerebellaire degeneratie sterven de cellen in het cerebellum af, wat neurologische symptomen bij honden veroorzaakt.
Deze variant van de aandoening, ook bekend als Neonatale Corticale Cerebellaire Degeneratie (NCCD), wordt aangetroffen in de Vizsla. Het wordt veroorzaakt door een recessieve mutatie in het gen SNX14.
Klinische eigenschappen
De aanvangsleeftijd varieert van neonatale tot vroege aanvang van weken tot maanden. Symptomen zijn onder meer loopafwijking, brede houding, zwaaien, spiertrillingen met eten en het uitvoeren van activiteit, hoofdkanteling, verlies van coördinatie en abnormale houding.
SKELETAL DYSPLASIA, SD3 - Vizsla
Algemene informatie
Skeletal Dysplasia (SD) is een ontwikkelingsstoornis die resulteert in onevenredige dwerggroei. Deze vorm van SD, Skeletal Dysplasia 3 (SD3), komt voor in de Vizsla, en wordt veroorzaakt door een recessieve mutatie in het gen PCYT1A.
Klinische eigenschappen
Dwerggroei bij aangedane puppy's wordt duidelijk rond de leeftijd van 3 tot 5 weken. Honden met SD3 zijn korter dan nestgenoten, met gebogen ledematen en knobbelige gewrichten. Voorpoten worden meer aangetast dan achterpoten en ze behouden een brede houding met hun voorpoten. Deze dwerggroei maakt getroffen volwassenen korter dan de rasstandaard voor Vizsla's.
SENSORISCHE NEUROPATHIE 3, AMS
ACHTERGROND
Erfelijke, sensorische neuropathie werd beschreven bij de kortharige duitse Pointer, de Engelse Pointer, Engelse Springer Spaniel en de Franse Spaniel rassen. Het belangrijkste kenmerk van de ziekte is de ongevoeligheid voor pijn in de poten die kan gepaard gaan met zelfverminking. Het is ook bekend als "Acral mutilation syndroom" (AMS). Een genetische studie toonde aan dat het waarschijnlijk een oorzakelijke mutatie is in een lang niet-coderende RNA, GDNF-AS. De mutatie verstoord een regulatorisch gebied dat leidt tot een gebrekkige ontwikkeling van de sensorische neuronen.
LEEFTIJD
De symptomen worden ontwikkeld op jonge leeftijd. Binnen enkele uren tot maximaal enkele weken na de geboorte kunnen de kenmerken die horen bij deze DNA-varianten waargenomen worden.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Deze ziekte is aanwezig in het hele lichaam, maar veroorzaakt met name een effect aan de grote organen zoals maag, darmen, lever en / of nieren. In een aantal gevallen tast de ziekte maar een enkel orgaan aan.
VERERVING
Dit kenmerk vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot).
ADULT ONSET NEUROPATHY, AON
ACHTERGROND
Adult Onset Neuropathy (AON) is een erfelijke neurologische aandoening. De ziekte wordt gekenmerkt door progressieve zwakte die begint met de achterpoten die leiden tot wiebelig lopen, een brede basishouding en gebogen hakken. Symptomen beginnen meestal tussen de leeftijd van 7,5 en 9 jaar.
LEEFTIJD
‘Late onset’ – Deze term geeft aan, dat de ziekte op latere leeftijd ontstaat. De benaming ‘late onset’ vormt de tegenhanger van ‘early onset’, waarbij een ziekte op jongere leeftijd ontstaat. Vaak bestaan bij aandoeningen meerdere onderliggende mutaties.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Eigenschap of ziekte van hersenen en zenuwstelsel.
VERERVING
Dit kenmerk vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot).
Dragers kunnen de mutatie verspreiden in de populatie zonder dat ze zelf de symptomen hebben. Hierdoor is met name het aantonen van dragers van groot belang om verspreiding te voorkomen.
FAMILIAIRE NEPHROPATIE, FN
ACHTERGROND
De test voor FN is een DNA-test die een fatale nierziekte onderzoekt. Deze ziekte is bekend onder diverse namen, die allen gerelateerd zijn aan nierfalen (fatale nierziekte, renale corticale hypoplasia, erfelijke nephritis (HN), Autosomal Hereditary Recessive Nephropathy (AHRN) bij honden en Alports Syndroom bij mensen). FN is als ziekte reeds meer dan 50 jaar geleden bekend. Lijders aan de ziekte ontwikkelen op jonge leeftijd nierfalen, wat progressief ontwikkeld en uiteindelijk dodelijk afloopt.
LEEFTIJD
De symptomen worden ontwikkeld op jonge leeftijd. Binnen enkele uren tot maximaal enkele weken na de geboorte kunnen de kenmerken die horen bij deze DNA-varianten waargenomen worden.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Deze ziekte is aanwezig in het hele lichaam, maar veroorzaakt met name een effect aan de grote organen zoals maag, darmen, lever en / of nieren. In een aantal gevallen tast de ziekte maar een enkel orgaan aan.
VERERVING
Dit kenmerk vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot).
Dragers kunnen de mutatie verspreiden in de populatie zonder dat ze zelf de symptomen hebben. Hierdoor is met name het aantonen van dragers van groot belang om verspreiding te voorkomen.
PHOSPHOFRUCTOKINASE DEFICIENTIE, PFK
ACHTERGROND
PFK (phosphofrukto kinase) is een enzym, dat cruciaal is voor de productie van energie vanuit suiker in alle cellen van het lichaam. PFK wordt veroorzaakt door een mutatie, waardoor het enzym minder actief is. Zonder het PFK enzym kunnen spiercellen en rode bloedcellen onvoldoende energie produceren voor een goede werking. Afwezigheid van dit enzym door een erfelijk gebrek veroorzaakt bijvoorbeeld spierzwakte, spierkramp, afwijkende urine, bloedarmoede, etc. De ziekte is herkenbaar aan donkergekleurde urine die zichtbaar is na inspanning of overdreven blaffen.
LEEFTIJD
Het erfelijke kenmerk is continu aanwezig, en zal steeds waarneembaar zijn.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Deze ziekte is aanwezig in het hele lichaam, maar veroorzaakt met name een effect aan de grote organen zoals maag, darmen, lever en / of nieren. In een aantal gevallen tast de ziekte maar een enkel orgaan aan.
VERERVING
Dit kenmerk vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot).
Dragers kunnen de mutatie verspreiden in de populatie zonder dat ze zelf de symptomen hebben. Hierdoor is met name het aantonen van dragers van groot belang om verspreiding te voorkomen.
PRCD-PRA
ACHTERGROND
Progressieve Retinale Atrofie (PRA) is een veel voorkomende erfelijke afwijking die leidt tot blindheid. Afhankelijk van de mutatie ontwikkelt de blindheid sneller of langzaam. Een groot aantal soorten PRA zijn momenteel bekend die verschillende rassen aantasten. (Wetenschappelijk) onderzoek ontwikkelt voortdurend nieuwe testen.
LEEFTIJD
De ziekte ontstaat op verschillende leeftijden, waarbij niet bij voorbaat in te schatten is op welke leeftijd de eerste symptomen waargenomen kunnen worden. Verschillen kunnen ook optreden binnen nestgenoten, en tussen rassen.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Deze ziekte heeft tot gevolg dat een dier beschikt over verminderd zicht, of blind wordt.
VERERVING
Dit kenmerk vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot).
Dragers kunnen de mutatie verspreiden in de populatie zonder dat ze zelf de symptomen hebben. Hierdoor is met name het aantonen van dragers van groot belang om verspreiding te voorkomen.
RETINA DYSPLASIE, RD
Algemene informatie
X-Gebonden retina dysplasie is een ernstige aandoening van het oog waargenomen in de Engelse Cocker Spaniel, die netvliesloslating en staar veroorzaakt. Als een X-gebonden recessieve aandoening zijn teefjes doorgaans drager en reutjes lijders. De aandoening wordt veroorzaakt door een X-gebonden recessieve mutatie in het gen NDP. Als zodanig komt het met name tot uiting bij reutjes.
Klinische eigenschappen
Aangedane puppy's presenteren zich met de gedragssymptomen van ernstige visuele beperkingen. Hun pupillen reageren niet op licht en ze presenteren zich met verduisterde irissen, netvliesbloedingen en soms staar. Cryptorchidisme (afwezigheid van ten minste één testikel in het scrotum) kan ook in verband worden gebracht met de aandoening.
BERNARD-SOULIER SYNDROOM, BSS - Cocker Spaniel Type
Algemene informatie
Het Bernard-Soulier-syndroom is een bloedplaatjesaandoening die abnormale, overmatige bloedingen kan veroorzaken, zoals neusbloedingen of langdurige bloedingen na medische ingrepen. Deze specifieke variant van de aandoening, Bernard-Soulier Type C, wordt veroorzaakt door een recessieve mutatie in het gen GP9. De variant komt voor in de Cocker Spaniel.
Klinische eigenschappen
Aangedane honden kunnen milde tot matige abnormale bloedingen vertonen, die zich kunnen manifesteren als regelmatige bloedingen uit het tandvlees of de neus, bloederige urine, bloedingen na het paren of langdurige bloedingen na verwonding of operatie.
EXERCISE INDUCED COLLAPSE, EIC
Algemene informatie
Exercise-induced collapse (EIC) is een autosomaal, recessieve neuromusculaire aandoening. De aandoening wordt veroorzaakt door een mutatie in het dynamin 1 (DNMI1) gen, dat een substitutie veroorzaakt in een sterk geconserveerd gebied van het eiwit. Het dynamin 1-eiwit is functioneel bij neurotransmissie en synaptische blaasjes endocytose.
Klinische eigenschappen
Klinische symptomen worden gekenmerkt door spierzwakte en levensbedreigende collaps na intensieve inspanning. Episodes duren over het algemeen 10 minuten en de honden herstellen meestal volledig na 30 minuten. Af en toe zijn de symptomen fataal.
GALBLAAS MUCOCELIE
ACHTERGROND
Galblaas mucocele veroorzaakt verstopping van de galblaas opslag capaciteit door de vorming van een dikke, slijmerige massa gal in de galblaas, afbreuk het vermogen om te functioneren.
LEEFTIJD
‘Late onset’ – Deze term geeft aan, dat de ziekte op latere leeftijd ontstaat. De benaming ‘late onset’ vormt de tegenhanger van ‘early onset’, waarbij een ziekte op jongere leeftijd ontstaat. Vaak bestaan bij aandoeningen meerdere onderliggende mutaties.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Deze ziekte is aanwezig in het hele lichaam, maar veroorzaakt met name een effect aan de grote organen zoals maag, darmen, lever en / of nieren. In een aantal gevallen tast de ziekte maar een enkel orgaan aan.
VERERVING
Dit kenmerk vererft op een autosomale, dominante, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot). Dragers en lijders zullen beiden de symptomen van de mutatie hebben.
HYPERURICEMIE, HUU
ACHTERGROND
De ziekte wordt veroorzaakt door inefficiënt transport van urinezuur in de lever en de nieren. Hierdoor ontstaan verhoogde concentratie van dit zuur in het bloed en de urine, waardoor ziektes kunnen ontstaan met de naam Hyperuricosurie en Hyperuricemie (HUU)
Wetenschappelijk onderzoek heeft een mutatie gevonden in het gen met de naam SLC2A9.
LEEFTIJD
Het erfelijke kenmerk is continu aanwezig, en zal steeds waarneembaar zijn.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Deze ziekte is aanwezig in het hele lichaam, maar veroorzaakt met name een effect aan de grote organen zoals maag, darmen, lever en / of nieren. In een aantal gevallen tast de ziekte maar een enkel orgaan aan.
VERERVING
Dit kenmerk vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot).
Dragers kunnen de mutatie verspreiden in de populatie zonder dat ze zelf de symptomen hebben. Hierdoor is met name het aantonen van dragers van groot belang om verspreiding te voorkomen.
DEGENERATIEVE MYELOPATHIE EXON 2, DM EXON 2
Algemene informatie
Degeneratieve Myelopathie (DM) is een ongeneeslijke progressieve neurodegeneratieve ziekte van het ruggenmerg. Neurodegeneratieve ziekten worden gekenmerkt door toenemend verlies van neuronen (zenuwcellen) in het centrale zenuwstelsel (CZS), wat leidt tot functiestoornissen. In het geval van DM is het aangedane gebied het ruggenmerg, wat resulteert in ataxie (een verlies van coördinatie). DM is in veel opzichten vergelijkbaar met amyotrofische laterale sclerose (ALS) bij mensen.
Deze variant van de ziekte, soms aangeduid als SOD1A of als Degeneratieve Myelopathie Exon 2, komt voor bij veel verschillende rassen. Het wordt veroorzaakt door een autosomaal recessieve mutatie met incomplete penetrantie van het gen SOD1. Hoewel de mutatie bij veel rassen wordt aangetroffen, wordt de ziekte zelden gediagnosticeerd bij andere rassen of kruisingen hiervan dan die bij deze test worden genoemd. Een verwante variant die specifiek is voor de Berner Sennenhond is ook beschreven. Bij het testen van een Berner Sennenhond op DM is het belangrijk om op beide varianten te testen, in plaats van slechts één.
Bij de Welsh Corgi Pembroke zijn verschillende Degenerative Myelopathy Risk Modifiers (DMRM) beschreven in de literatuur. Deze SP110 mutaties zijn beschikbaar in een andere DNA-test.
Klinische eigenschappen
De meeste honden zijn minstens 8 jaar oud bij het ontstaan van de eerste klinische symptomen. Hieronder vallen klachten als vertraagde reflexen, spasticiteit en ataxie van het achterhand (verminderde coördinatie), wat in de loop van de tijd verergert en uiteindelijk resulteert in verlamming en incontientie.
HEUPLAXITEIT 1
ACHTERGROND
Laxiteit van de heupen is een frequent voorkomende aandoening van de heup bij de hond. Dit is een multifactoriële aandoening. Een aandoening is multifactorieel indien deze veroorzaakt wordt door het samenspel van een genetische (overerfbare) component en omgevingsfactoren.
De aandoening heupdysplasie heeft twee hoofdkenmerken:
• Laxiteit: dit kan gedefinieerd worden als 'een abnormale vrijheid van beweging van de heupkop om uit de heupkom te komen'. Als gevolg hiervan, heeft het heupgewricht een lagere stabiliteit in vergelijking met gezonde honden.
• Ossificatie- of verbeningsstoornissen. In jonge honden blijkt het proces van botvorming vertraagd te zijn.
Zowel Laxiteit als verbeningsstoornissen leiden tot de ontwikkeling van artrose op langere termijn. De ergst aangetaste dieren kunnen reeds op een leeftijd van een paar maanden symptomen vertonen. Andere dieren ontwikkelen pas klinische klachten op latere leeftijd.
Deze marker vormt een onderdeel van een aantal erfelijke factoren die invloed hebben op de laxiteit van de heup.
LEEFTIJD
De ziekte ontstaat op verschillende leeftijden, waarbij niet bij voorbaat in te schatten is op welke leeftijd de eerste symptomen waargenomen kunnen worden. Verschillen kunnen ook optreden binnen nestgenoten, en tussen rassen.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Deze afwijking bevindt zich in de heup.
RESULTAAT
Dit is een multifactoriële aandoening. Een aandoening is multifactorieel indien deze veroorzaakt wordt door het samenspel van een genetische (overerfbare) component en omgevingsfactoren. Deze marker is onderdeel van een panel van genetische factoren die heup laxiteit beïnvloeden (dat wil zeggen abnormale vrijheid van beweging van het been in de heup). HD zou het gevolg zijn van een genegeerde bestaande heup laxiteit op lange termijn. Echter, heup laxiteit is niet hetzelfde als heup dysplasie (HD). HD wordt mogelijk veroorzaakt door een langdurige fysieke heup laxiteit.
Voor elke genetische factor van een multifactoriële aandoening, wordt de gunstige genetische variant aangeduide met Gunstig (N) en Ongunstig (HL).
N/N: Het dier heeft twee exemplaren van het gunstige allel en geen verhoogd risico voor heup laxiteit. Bij gebruik in de fokkerij ontvangt geen van de nakomelingen het ongunstige allel.
N/HL: Het dier heeft een kopie van het gunstige allel en een kopie van het ongunstige allel. Het dier heeft een verhoogd risico op heup laxiteit. Bij gebruik in de fokkerij ontvangt 50% van het nageslacht het ongunstige allel.
HL/HL: Het dier heeft twee exemplaren van het ongunstige allel. Het dier heeft een verhoogd risico op heup laxiteit. Bij gebruik in de fokkerij ontvangen alle nakomelingen het ongunstige allel.
VERERVING
Dit is een multifactoriële aandoening. Een aandoening is multifactorieel indien deze veroorzaakt wordt door het samenspel van een genetische (overerfbare) component en omgevingsfactoren.
Deze marker vormt een onderdeel van een aantal erfelijke factoren die invloed hebben op de laxiteit van de heup.
HEUPLAXITEIT 2
ACHTERGROND
Laxiteit van de heupen is een frequent voorkomende aandoening van de heup bij de hond. Dit is een multifactoriële aandoening. Een aandoening is multifactorieel indien deze veroorzaakt wordt door het samenspel van een genetische (overerfbare) component en omgevingsfactoren.
De aandoening heupdysplasie heeft twee hoofdkenmerken:
• Laxiteit: dit kan gedefinieerd worden als 'een abnormale vrijheid van beweging van de heupkop om uit de heupkom te komen'. Als gevolg hiervan, heeft het heupgewricht een lagere stabiliteit in vergelijking met gezonde honden.
• Ossificatie- of verbeningsstoornissen. In jonge honden blijkt het proces van botvorming vertraagd te zijn.
Zowel Laxiteit als verbeningsstoornissen leiden tot de ontwikkeling van artrose op langere termijn. De ergst aangetaste dieren kunnen reeds op een leeftijd van een paar maanden symptomen vertonen. Andere dieren ontwikkelen pas klinische klachten op latere leeftijd.
Deze marker vormt een onderdeel van een aantal erfelijke factoren die invloed hebben op de laxiteit van de heup.
LEEFTIJD
De ziekte ontstaat op verschillende leeftijden, waarbij niet bij voorbaat in te schatten is op welke leeftijd de eerste symptomen waargenomen kunnen worden. Verschillen kunnen ook optreden binnen nestgenoten, en tussen rassen.
LOCATIE VAN ZIEKTE OF KENMERK
Deze afwijking bevindt zich in de heup.
RESULTAAT
Dit is een multifactoriële aandoening. Een aandoening is multifactorieel indien deze veroorzaakt wordt door het samenspel van een genetische (overerfbare) component en omgevingsfactoren. Deze marker is onderdeel van een panel van genetische factoren die heup laxiteit beïnvloeden (dat wil zeggen abnormale vrijheid van beweging van het been in de heup). HD zou het gevolg zijn van een genegeerde bestaande heup laxiteit op lange termijn. Echter, heup laxiteit is niet hetzelfde als heup dysplasie (HD). HD wordt mogelijk veroorzaakt door een langdurige fysieke heup laxiteit.
Voor elke genetische factor van een multifactoriële aandoening, wordt de gunstige genetische variant aangeduide met Gunstig (N) en Ongunstig (HL).
N/N: Het dier heeft twee exemplaren van het gunstige allel en geen verhoogd risico voor heup laxiteit. Bij gebruik in de fokkerij ontvangt geen van de nakomelingen het ongunstige allel.
N/HL: Het dier heeft een kopie van het gunstige allel en een kopie van het ongunstige allel. Het dier heeft een verhoogd risico op heup laxiteit. Bij gebruik in de fokkerij ontvangt 50% van het nageslacht het ongunstige allel.
HL/HL: Het dier heeft twee exemplaren van het ongunstige allel. Het dier heeft een verhoogd risico op heup laxiteit. Bij gebruik in de fokkerij ontvangen alle nakomelingen het ongunstige allel.
VERERVING
Dit is een multifactoriële aandoening. Een aandoening is multifactorieel indien deze veroorzaakt wordt door het samenspel van een genetische (overerfbare) component en omgevingsfactoren.
Deze marker vormt een onderdeel van een aantal erfelijke factoren die invloed hebben op de laxiteit van de heup.
bron vermelding; combibreed.nl